De of het inlener?

Het juiste lidwoord is:

de inlener

  • Meervoud: de inleners
Betekenis 1. persoon die iets in leen heeft 2. (economie) persoon of organisatie die een medewerker, in het kader van een uitzend- of detacheringsovereenkomst, werkzaamheden laat uitvoeren

Zo gebruik je inlener

Met lidwoordde inlener
Dit of dezedeze inlener
Dat of diedie inlener
Ons of onzeonze inlener
Jouwjouw inlener
Elk of elkeelke inlener
Welk of welkewelke inlener?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote inlener, de grote inlener
Meervoudde inleners, deze inleners

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).