De of het buitenhok?

Het juiste lidwoord is:

het buitenhok

  • Meervoud: de buitenhokken
  • Verkleinwoord: het buitenhokje
Betekenis een dierenverblijf dat in de buitenlucht staat

Zo gebruik je buitenhok

Met lidwoordhet buitenhok
Dit of dezedit buitenhok
Dat of diedat buitenhok
Ons of onzeons buitenhok
Jouwjouw buitenhok
Elk of elkeelk buitenhok
Welk of welkewelk buitenhok?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot buitenhok, het grote buitenhok
Meervoudde buitenhokken, deze buitenhokken

Voorbeeldzinnen met buitenhok

  • Hang een nat, wit laken over het buitenhok van konijnen en zet sowieso geen hokken in de zon.
  • Ook bijvoorbeeld konijnen in een buitenhok lopen risico: "Een ochtendzonnetje tijdens een hittegolf is meer dan een dier met een bontjas aan verdragen kan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).