De of het camperaar?

Het juiste lidwoord is:

de camperaar

  • Meervoud: de camperaars
Betekenis iemand die met een kampeerauto eropuit trekt

Zo gebruik je camperaar

Met lidwoordde camperaar
Dit of dezedeze camperaar
Dat of diedie camperaar
Ons of onzeonze camperaar
Jouwjouw camperaar
Elk of elkeelke camperaar
Welk of welkewelke camperaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote camperaar, de grote camperaar
Meervoudde camperaars, deze camperaars

Voorbeeldzinnen met camperaar

  • Volgens Hin heeft Texel geen camperplaatsen met beperkte voorzieningen die niet gebonden zijn aan een camping. "Op Texel kun je als camperaar alleen op campings terecht"
  • Daarentegen schuift een kwart van de camperaars ‘s nachts op in eigen bed, om hun huisdier ook een plekje te gunnen op het matras.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).