De of het aankoopverplichting?

Het juiste lidwoord is:

de aankoopverplichting

Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel

Zo gebruik je aankoopverplichting

Met lidwoordde aankoopverplichting
Dit of dezedeze aankoopverplichting
Dat of diedie aankoopverplichting
Ons of onzeonze aankoopverplichting
Jouwjouw aankoopverplichting
Elk of elkeelke aankoopverplichting
Welk of welkewelke aankoopverplichting?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aankoopverplichting, de grote aankoopverplichting