De of het alternator?

Het juiste lidwoord is:

de alternator

  • Meervoud: de alternators / alternatoren
  • Verkleinwoord: het alternatortje
Betekenis (werktuigbouwkunde, elektrotechniek) machine waarin mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omgezet wordt in elektrische wisselstroom

Zo gebruik je alternator

Met lidwoordde alternator
Dit of dezedeze alternator
Dat of diedie alternator
Ons of onzeonze alternator
Jouwjouw alternator
Elk of elkeelke alternator
Welk of welkewelke alternator?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote alternator, de grote alternator
Meervoudde alternators, deze alternators

Voorbeeldzinnen met alternator

  • Ik heb twee driefasige alternators in mijn kelder.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).