De of het zouter?

Het juiste lidwoord is:

de zouter

  • Meervoud: de zouters
  • Verkleinwoord: het zoutertje
Betekenis (beroep) iemand die in zout inlegt

Zo gebruik je zouter

Met lidwoordde zouter
Dit of dezedeze zouter
Dat of diedie zouter
Ons of onzeonze zouter
Jouwjouw zouter
Elk of elkeelke zouter
Welk of welkewelke zouter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zouter, de grote zouter
Meervoudde zouters, deze zouters

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).