De of het zomerpiek?

Het juiste lidwoord is:

de zomerpiek

  • Meervoud: de zomerpieken
  • Verkleinwoord: het zomerpiekje
Betekenis een kortstondige, sterke toename in de zomerperiode

Zo gebruik je zomerpiek

Met lidwoordde zomerpiek
Dit of dezedeze zomerpiek
Dat of diedie zomerpiek
Ons of onzeonze zomerpiek
Jouwjouw zomerpiek
Elk of elkeelke zomerpiek
Welk of welkewelke zomerpiek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zomerpiek, de grote zomerpiek
Meervoudde zomerpieken, deze zomerpieken

Voorbeeldzinnen met zomerpiek

  • Prikte de GGD Utrecht tijdens de zomerpiek 10.000 mensen per dag, nu moeten ze bijna verdubbelen naar 19.000 per dag.
  • We verwachten dat de situatie richting de zomerpiek is opgelost, we moeten niet opnieuw in deze situatie terechtkomen", aldus voorzitter Fruitema.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).