De of het zoem?

Het juiste lidwoord is:

de zoem

  • Meervoud: de zoemen
  • Verkleinwoord: het zoempje

Zo gebruik je zoem

Met lidwoordde zoem
Dit of dezedeze zoem
Dat of diedie zoem
Ons of onzeonze zoem
Jouwjouw zoem
Elk of elkeelke zoem
Welk of welkewelke zoem?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zoem, de grote zoem
Meervoudde zoemen, deze zoemen

Voorbeeldzinnen met zoem

  • Waarom zoemen de hommels?
  • Vliegen zoemen.

Woorden die eindigen op zoem

gezoem

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met zoem

zoemer | zoemertje | zoemertoon | zoemtoon | zoemgeluid

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).