De of het zodensnijder?

Het juiste lidwoord is:

de zodensnijder

  • Meervoud: de zodensnijders
  • Verkleinwoord: het zodensnijdertje
Betekenis 1. (landbouw) landbouwmachine die rechthoekige stukken met gras begroeide grond afsteekt 2. (beroep, historisch) landarbeider die rechthoekige stukken met gras begroeide grond afsteekt

Zo gebruik je zodensnijder

Met lidwoordde zodensnijder
Dit of dezedeze zodensnijder
Dat of diedie zodensnijder
Ons of onzeonze zodensnijder
Jouwjouw zodensnijder
Elk of elkeelke zodensnijder
Welk of welkewelke zodensnijder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zodensnijder, de grote zodensnijder
Meervoudde zodensnijders, deze zodensnijders

Voorbeeldzinnen met zodensnijder

  • Hij heeft een nieuwe zodensnijder aangeschaft.
  • De zodensnijders kregen maar weinig loon betaald.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).