De of het zoöloog?

Het juiste lidwoord is:

de zoöloog

  • Meervoud: de zoölogen
  • Verkleinwoord: het zoöloogje
Betekenis (dierkunde, beroep) een wetenschapper die zich bezig houdt met de studie van dieren

Zo gebruik je zoöloog

Met lidwoordde zoöloog
Dit of dezedeze zoöloog
Dat of diedie zoöloog
Ons of onzeonze zoöloog
Jouwjouw zoöloog
Elk of elkeelke zoöloog
Welk of welkewelke zoöloog?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zoöloog, de grote zoöloog
Meervoudde zoölogen, deze zoölogen

Voorbeeldzinnen met zoöloog

  • Zoölogen maken zich grote zorgen omdat er veel diersoorten bedreigd worden met uitsterven.

Woorden die eindigen op zoöloog

paleozoöloog

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).