De of het zijtocht?

Het juiste lidwoord is:

de zijtocht

  • Meervoud: de zijtochten
  • Verkleinwoord: het zijtochtje
Betekenis 1. sloot die aan de zijkant van een hoofdvaart uitmondt 2. een tour die een aftakking is van een hoofdreis

Zo gebruik je zijtocht

Met lidwoordde zijtocht
Dit of dezedeze zijtocht
Dat of diedie zijtocht
Ons of onzeonze zijtocht
Jouwjouw zijtocht
Elk of elkeelke zijtocht
Welk of welkewelke zijtocht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zijtocht, de grote zijtocht
Meervoudde zijtochten, deze zijtochten

Voorbeeldzinnen met zijtocht

  • ‘Nu rechts roeien, rechts alleen, want hier, links, is de zijtocht,’ riep Dik. ‘Neen, rechts alleen! Wacht, geef de riemen hier, dan zal ik het wel doen.’
  • Om toch alle 4.286 kilometers te lopen, liep ik later een aantal extra zijtochten om alsnog die verloren kilometers in te halen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).