De of het ziekte-uitval?

Het juiste lidwoord is:

de ziekte-uitval

Betekenis het niet kunnen functioneren door ziekte

Zo gebruik je ziekte-uitval

Met lidwoordde ziekte-uitval
Dit of dezedeze ziekte-uitval
Dat of diedie ziekte-uitval
Ons of onzeonze ziekte-uitval
Jouwjouw ziekte-uitval
Elk of elkeelke ziekte-uitval
Welk of welkewelke ziekte-uitval?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ziekte-uitval, de grote ziekte-uitval

Voorbeeldzinnen met ziekte-uitval

  • Zoals in het rustoord is ook in de servicecenters van Toyota de ziekte-uitval veel minder groot dan in het acht urensysteem …
  • Ziekte-uitval is hoog en het aantal patiënten met covid loopt op.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).