De of het ziekenhuispastor?

Het juiste lidwoord is:

de ziekenhuispastor

  • Meervoud: de ziekenhuispastores / ziekenhuispastors
Betekenis (religie, medisch) geestelijke die bijstand verleent aan zieken in een ziekenhuis

Zo gebruik je ziekenhuispastor

Met lidwoordde ziekenhuispastor
Dit of dezedeze ziekenhuispastor
Dat of diedie ziekenhuispastor
Ons of onzeonze ziekenhuispastor
Jouwjouw ziekenhuispastor
Elk of elkeelke ziekenhuispastor
Welk of welkewelke ziekenhuispastor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ziekenhuispastor, de grote ziekenhuispastor
Meervoudde ziekenhuispastores, deze ziekenhuispastores

Voorbeeldzinnen met ziekenhuispastor

  • Het Openbaar Ministerie in Arnhem heeft tegen een ziekenhuispastor uit Ubbergen zeven jaar celstraf en tbs met dwangverpleging geëist.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).