De of het zetelplaats?

Het juiste lidwoord is:

de zetelplaats

  • Meervoud: de zetelplaatsen
  • Verkleinwoord: het zetelplaatsje
Betekenis plaats waar een persoon, of een groep personen, zijn zetel heeft

Zo gebruik je zetelplaats

Met lidwoordde zetelplaats
Dit of dezedeze zetelplaats
Dat of diedie zetelplaats
Ons of onzeonze zetelplaats
Jouwjouw zetelplaats
Elk of elkeelke zetelplaats
Welk of welkewelke zetelplaats?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zetelplaats, de grote zetelplaats
Meervoudde zetelplaatsen, deze zetelplaatsen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).