De of het zendingskalender?

Het juiste lidwoord is:

de zendingskalender

  • Meervoud: de zendingskalenders
  • Verkleinwoord: het zendingskalendertje
Betekenis een kalender waarvan de aanschafprijs ten dele het werk van de zending ten goede komt

Zo gebruik je zendingskalender

Met lidwoordde zendingskalender
Dit of dezedeze zendingskalender
Dat of diedie zendingskalender
Ons of onzeonze zendingskalender
Jouwjouw zendingskalender
Elk of elkeelke zendingskalender
Welk of welkewelke zendingskalender?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zendingskalender, de grote zendingskalender
Meervoudde zendingskalenders, deze zendingskalenders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).