De of het zelfvoorzienendheid?

Het juiste lidwoord is:

de zelfvoorzienendheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het kunnen voorzien in de eigen behoeften

Zo gebruik je zelfvoorzienendheid

Met lidwoordde zelfvoorzienendheid
Dit of dezedeze zelfvoorzienendheid
Dat of diedie zelfvoorzienendheid
Ons of onzeonze zelfvoorzienendheid
Jouwjouw zelfvoorzienendheid
Elk of elkeelke zelfvoorzienendheid
Welk of welkewelke zelfvoorzienendheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zelfvoorzienendheid, de grote zelfvoorzienendheid

Voorbeeldzinnen met zelfvoorzienendheid

  • Dehghan zei dat Iran inmiddels zelfvoorzienend is op het gebied van drones. De minister wilde verder niet uitweiden.
  • Wat een praatjesmaker die Jesse Klaver dinsdagavond in DWDD met de boeren. We moeten heel trots zijn dat ons land zelfvoorzienend is met voedsel, vindt Pieter Stoffelsen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).