De of het zedenslachtoffer?

Het juiste lidwoord is:

het zedenslachtoffer

  • Meervoud: de zedenslachtoffers
  • Verkleinwoord: het zedenslachtoffertje
Betekenis slachtoffer van een zedendelict

Zo gebruik je zedenslachtoffer

Met lidwoordhet zedenslachtoffer
Dit of dezedit zedenslachtoffer
Dat of diedat zedenslachtoffer
Ons of onzeons zedenslachtoffer
Jouwjouw zedenslachtoffer
Elk of elkeelk zedenslachtoffer
Welk of welkewelk zedenslachtoffer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot zedenslachtoffer, het grote zedenslachtoffer
Meervoudde zedenslachtoffers, deze zedenslachtoffers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).