De of het zaadparel?

Het juiste lidwoord is:

de zaadparel

  • Meervoud: de zaadparels
  • Verkleinwoord: het zaadpareltje
Betekenis een kleine, onregelmatig gevormde parel die als bijproduct ontstaat tijdens het parelkweekproces.

Zo gebruik je zaadparel

Met lidwoordde zaadparel
Dit of dezedeze zaadparel
Dat of diedie zaadparel
Ons of onzeonze zaadparel
Jouwjouw zaadparel
Elk of elkeelke zaadparel
Welk of welkewelke zaadparel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote zaadparel, de grote zaadparel
Meervoudde zaadparels, deze zaadparels

Voorbeeldzinnen met zaadparel

  • Ze heeft een rechte rug en om haar blonde haar, dat met veel zorg is gekapt, draagt ze een zwarte fluwelen band waarop zaadparels zijn genaaid.
  • Nella staart naar de platliggende stralenkrans van zaadparels rond Agnes' hooghartige hoofd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).