De of het woonwagenpark?

Het juiste lidwoord is:

het woonwagenpark

Zo gebruik je woonwagenpark

Met lidwoordhet woonwagenpark
Dit of dezedit woonwagenpark
Dat of diedat woonwagenpark
Ons of onzeons woonwagenpark
Jouwjouw woonwagenpark
Elk of elkeelk woonwagenpark
Welk of welkewelk woonwagenpark?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot woonwagenpark, het grote woonwagenpark