De of het wiskunde-examen?

Het juiste lidwoord is:

het wiskunde-examen

  • Meervoud: de wiskunde-examens
Betekenis (onderwijs) toets waarin de kennis en vaardigheden op het gebied van wiskunde worden gecontroleerd.

Zo gebruik je wiskunde-examen

Met lidwoordhet wiskunde-examen
Dit of dezedit wiskunde-examen
Dat of diedat wiskunde-examen
Ons of onzeons wiskunde-examen
Jouwjouw wiskunde-examen
Elk of elkeelk wiskunde-examen
Welk of welkewelk wiskunde-examen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot wiskunde-examen, het grote wiskunde-examen
Meervoudde wiskunde-examens, deze wiskunde-examens

Voorbeeldzinnen met wiskunde-examen

  • Ik kan vandaag niet gaan. Ik moet studeren voor een wiskunde-examen.
  • Heb je je wiskunde-examen gehaald?

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).