De of het wintersporter?

Het juiste lidwoord is:

de wintersporter

  • Meervoud: de wintersporters
Betekenis (sport, persoon) beoefenaar van een typische wintersport zoals schaatsen, skiën of ijshockey

Zo gebruik je wintersporter

Met lidwoordde wintersporter
Dit of dezedeze wintersporter
Dat of diedie wintersporter
Ons of onzeonze wintersporter
Jouwjouw wintersporter
Elk of elkeelke wintersporter
Welk of welkewelke wintersporter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote wintersporter, de grote wintersporter
Meervoudde wintersporters, deze wintersporters

Voorbeeldzinnen met wintersporter

  • Ole Einar Bjørndalen mag zich de beste wintersporter aller tijden noemen.
  • Wüst schreef bovendien geschiedenis door als eerste Nederlandse wintersporter zeven olympische medailles te winnen. In Sotsji won ze goud op de 3.000 meter en zilver op de 1.000, 1.500 en 5.000 meter.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).