De of het winkelpersoneel?

Het juiste lidwoord is:

het winkelpersoneel

Betekenis de personen die in loondienst in een winkel werkzaam zijn

Zo gebruik je winkelpersoneel

Met lidwoordhet winkelpersoneel
Dit of dezedit winkelpersoneel
Dat of diedat winkelpersoneel
Ons of onzeons winkelpersoneel
Jouwjouw winkelpersoneel
Elk of elkeelk winkelpersoneel
Welk of welkewelk winkelpersoneel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot winkelpersoneel, het grote winkelpersoneel

Voorbeeldzinnen met winkelpersoneel

  • Ook veel Duitse ondernemingen kregen hem uitgereikt, zoals Deutsche Bahn vanwege onzorgvuldige videobewaking en Lidl omdat de supermarktketen stiekem videopnamen zou maken van het eigen …
  • De twintiger werd na zijn diefstal door winkelpersoneel en een passant vastgegrepen. Dat was het moment dat hij spuugde, weet 1Limburg.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).