De of het winkeldeur?

Het juiste lidwoord is:

de winkeldeur

  • Meervoud: de winkeldeuren
  • Verkleinwoord: het winkeldeurtje
Betekenis deur waarmee klanten een winkel kunnen binnengaan

Zo gebruik je winkeldeur

Met lidwoordde winkeldeur
Dit of dezedeze winkeldeur
Dat of diedie winkeldeur
Ons of onzeonze winkeldeur
Jouwjouw winkeldeur
Elk of elkeelke winkeldeur
Welk of welkewelke winkeldeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote winkeldeur, de grote winkeldeur
Meervoudde winkeldeuren, deze winkeldeuren

Voorbeeldzinnen met winkeldeur

  • Bij de winkeldeur moest ze wachten totdat hij die van het slot had gehaald, toen liep ze naar de bushalte, dezelfde waar Rensing senior drie weken eerder had gestaan, en wachtte op lijn 32.
  • Hij haalde de winkeldeur van het slot en draaide het bordje van 'gesloten' naar 'open'.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).