De of het werkvisum?

Het juiste lidwoord is:

het werkvisum

  • Meervoud: de werkvisums / werkvisa
Regel Woorden op -um en -ium: meestal het. Bekijk de regel
Betekenis document dat een buitenlander het recht geeft in een land te zijn en daar te werken

Zo gebruik je werkvisum

Met lidwoordhet werkvisum
Dit of dezedit werkvisum
Dat of diedat werkvisum
Ons of onzeons werkvisum
Jouwjouw werkvisum
Elk of elkeelk werkvisum
Welk of welkewelk werkvisum?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot werkvisum, het grote werkvisum
Meervoudde werkvisums, deze werkvisums

Voorbeeldzinnen met werkvisum

  • „Waar ik koud van word, is dat de chemicus die bij de moord op Kim Jong-nam betrokken was, in Maleisië verbleef op hetzelfde werkvisum dat we ook in de EU bij Noord-Koreanen zien.
  • Het slechte nieuws is: het gaat alleen maar door als je binnen tien dagen een werkvisum voor de Verenigde Staten weet te regelen.” Daar staat gemiddeld zo’n zes weken voor …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).