De of het werkdek?

Het juiste lidwoord is:

het werkdek

  • Meervoud: de werkdekken
  • Verkleinwoord: het werkdekje
Betekenis (scheepvaart) vrij stuk dek op een schip waar men werkzaamheden kan verrichten

Zo gebruik je werkdek

Met lidwoordhet werkdek
Dit of dezedit werkdek
Dat of diedat werkdek
Ons of onzeons werkdek
Jouwjouw werkdek
Elk of elkeelk werkdek
Welk of welkewelk werkdek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot werkdek, het grote werkdek
Meervoudde werkdekken, deze werkdekken

Voorbeeldzinnen met werkdek

  • Toen op het derde werkdek de eerste brand begon, moesten zij, vertelt één van hen, direct van boord.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).