De of het wereldbekerseizoen?

Het juiste lidwoord is:

het wereldbekerseizoen

  • Meervoud: de wereldbekerseizoenen
Betekenis (sport) deel van het jaar dat er wedstrijden om de wereldbeker worden gehouden

Zo gebruik je wereldbekerseizoen

Met lidwoordhet wereldbekerseizoen
Dit of dezedit wereldbekerseizoen
Dat of diedat wereldbekerseizoen
Ons of onzeons wereldbekerseizoen
Jouwjouw wereldbekerseizoen
Elk of elkeelk wereldbekerseizoen
Welk of welkewelk wereldbekerseizoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot wereldbekerseizoen, het grote wereldbekerseizoen
Meervoudde wereldbekerseizoenen, deze wereldbekerseizoenen

Voorbeeldzinnen met wereldbekerseizoen

  • Nederland begon het wereldbekerseizoen met goud in Wit-Rusland, maar moest twee weken geleden nog genoegen nemen met zilver achter de Russische schaatssters.
  • Bos was al enkele weken in Sigulda om zich voor te bereiden op het nieuwe seizoen. Het wereldbekerseizoen gaat volgende maand verder in Innsbruck. Op 11 en 18 december komt Bos in actie in Oostenrijk.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).