De of het weervastheid?

Het juiste lidwoord is:

de weervastheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel

Zo gebruik je weervastheid

Met lidwoordde weervastheid
Dit of dezedeze weervastheid
Dat of diedie weervastheid
Ons of onzeonze weervastheid
Jouwjouw weervastheid
Elk of elkeelke weervastheid
Welk of welkewelke weervastheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote weervastheid, de grote weervastheid