De of het weekrantsoen?

Het juiste lidwoord is:

het weekrantsoen

  • Meervoud: de weekrantsoenen
  • Verkleinwoord: het weekrantsoentje
Betekenis de hoeveelheid goederen die men per week mag kopen of gebruiken

Zo gebruik je weekrantsoen

Met lidwoordhet weekrantsoen
Dit of dezedit weekrantsoen
Dat of diedat weekrantsoen
Ons of onzeons weekrantsoen
Jouwjouw weekrantsoen
Elk of elkeelk weekrantsoen
Welk of welkewelk weekrantsoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot weekrantsoen, het grote weekrantsoen
Meervoudde weekrantsoenen, deze weekrantsoenen

Voorbeeldzinnen met weekrantsoen

  • Ruim dertien weekrantsoenen, bovendien vlees van de allerbeste kwaliteit.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).