De of het wedstrijdrijder?

Het juiste lidwoord is:

de wedstrijdrijder

  • Meervoud: de wedstrijdrijders
Betekenis (sport) rijder die meedoet aan een snelheidswedstrijd

Zo gebruik je wedstrijdrijder

Met lidwoordde wedstrijdrijder
Dit of dezedeze wedstrijdrijder
Dat of diedie wedstrijdrijder
Ons of onzeonze wedstrijdrijder
Jouwjouw wedstrijdrijder
Elk of elkeelke wedstrijdrijder
Welk of welkewelke wedstrijdrijder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote wedstrijdrijder, de grote wedstrijdrijder
Meervoudde wedstrijdrijders, deze wedstrijdrijders

Voorbeeldzinnen met wedstrijdrijder

  • Daarna schakelde de televisie weer over naar de aankomstboog, waar een voor een de wedstrijdrijders binnendruppelden.
  • De Vries maakt dit jaar zijn debuut als vaste wedstrijdrijder in de Formule 1.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).