De of het waterpoloër?

Het juiste lidwoord is:

de waterpoloër

  • Meervoud: de waterpoloërs
Betekenis (sport) beoefenaar van waterpolo

Zo gebruik je waterpoloër

Met lidwoordde waterpoloër
Dit of dezedeze waterpoloër
Dat of diedie waterpoloër
Ons of onzeonze waterpoloër
Jouwjouw waterpoloër
Elk of elkeelke waterpoloër
Welk of welkewelke waterpoloër?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote waterpoloër, de grote waterpoloër
Meervoudde waterpoloërs, deze waterpoloërs

Voorbeeldzinnen met waterpoloër

  • De bond is van oordeel dat de waterpoloër weigerde een dopingtest te ondergaan in zijn huis in Dubrovnik.
  • De Servische waterpoloërs hebben in Kazan de wereldtitel veroverd. In de finale werd Kroatië met 11-4 (2-2, 3-0, 2-2, 4-0) hard aan de kant geschoven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).