De of het wapenmakker?

Het juiste lidwoord is:

de wapenmakker

  • Meervoud: de wapenmakkers
  • Verkleinwoord: het wapenmakkertje
Betekenis vriend waarmee men samen een strijd voert

Zo gebruik je wapenmakker

Met lidwoordde wapenmakker
Dit of dezedeze wapenmakker
Dat of diedie wapenmakker
Ons of onzeonze wapenmakker
Jouwjouw wapenmakker
Elk of elkeelke wapenmakker
Welk of welkewelke wapenmakker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote wapenmakker, de grote wapenmakker
Meervoudde wapenmakkers, deze wapenmakkers

Voorbeeldzinnen met wapenmakker

  • Over de brug rijdende sprak De Chatillon tot zijn Broeder: "Gij weet dat ik de eer onzer nicht deze avond te verdedigen heb; ik maak staat op u om mijn wapenmakker te zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).