De of het wandloper?

Het juiste lidwoord is:

de wandloper

  • Meervoud: de wandlopers
  • Verkleinwoord: het wandlopertje
Betekenis een Zweeds wandtapijt

Zo gebruik je wandloper

Met lidwoordde wandloper
Dit of dezedeze wandloper
Dat of diedie wandloper
Ons of onzeonze wandloper
Jouwjouw wandloper
Elk of elkeelke wandloper
Welk of welkewelke wandloper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote wandloper, de grote wandloper
Meervoudde wandlopers, deze wandlopers

Voorbeeldzinnen met wandloper

  • Oom Hans Olaf had met de hand ouderwetse wandlopers gemaakt in aquarelkleuren, Alice had echte kaarsjes voor de kerstboom te pakken gekregen …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).