De of het wager?

Het juiste lidwoord is:

de wager

  • Meervoud: de wagers
  • Verkleinwoord: het wagertje
Betekenis persoon die risico's durft te nemen

Zo gebruik je wager

Met lidwoordde wager
Dit of dezedeze wager
Dat of diedie wager
Ons of onzeonze wager
Jouwjouw wager
Elk of elkeelke wager
Welk of welkewelke wager?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote wager, de grote wager
Meervoudde wagers, deze wagers

Woorden die eindigen op wager

zwager | stiefzwager | kutzwager

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).