De of het wagenschot?

Het juiste lidwoord is:

het wagenschot

  • Meervoud: de wagenschotten
  • Verkleinwoord: het wagenschotje
Betekenis 1. rechtdradige, gladde, dunne eiken planken 2. plank van een wagen

Zo gebruik je wagenschot

Met lidwoordhet wagenschot
Dit of dezedit wagenschot
Dat of diedat wagenschot
Ons of onzeons wagenschot
Jouwjouw wagenschot
Elk of elkeelk wagenschot
Welk of welkewelk wagenschot?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot wagenschot, het grote wagenschot
Meervoudde wagenschotten, deze wagenschotten

Voorbeeldzinnen met wagenschot

  • Wanneer je door het gangetje tusschen de smederij en wagenmakerswinkel ging om de kortste weg naar het Weeshuis te nemen, ging je over het erf waar al het hout van de wagenmaker lag …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).