De of het vruchtengelei?

Het juiste lidwoord is:

de vruchtengelei

  • Meervoud: de vruchtengeleien
  • Verkleinwoord: het vruchtengeleitje
Betekenis (voeding, fruit) een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg

Zo gebruik je vruchtengelei

Met lidwoordde vruchtengelei
Dit of dezedeze vruchtengelei
Dat of diedie vruchtengelei
Ons of onzeonze vruchtengelei
Jouwjouw vruchtengelei
Elk of elkeelke vruchtengelei
Welk of welkewelke vruchtengelei?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vruchtengelei, de grote vruchtengelei
Meervoudde vruchtengeleien, deze vruchtengeleien

Voorbeeldzinnen met vruchtengelei

  • Later bracht Anisja Fjodorovna nog vruchtengelei met honing en met suiker, een ham en een pas gebraden kip.
  • De afdeling van de Socialistische Partij (SP) deelde vorige maand geen tomaten maar zelfgemaakte vruchtengelei uit op de Jammarkt in Neede, blijkens de laatste tijding op de site.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).