De of het vrijeberoepsbeoefenaar?

Het juiste lidwoord is:

de vrijeberoepsbeoefenaar

  • Meervoud: de vrijeberoepsbeoefenaars / vrijeberoepsbeoefenaren
Betekenis (beroep) iemand die als zelfstandige in een bepaald vak diensten verleent

Zo gebruik je vrijeberoepsbeoefenaar

Met lidwoordde vrijeberoepsbeoefenaar
Dit of dezedeze vrijeberoepsbeoefenaar
Dat of diedie vrijeberoepsbeoefenaar
Ons of onzeonze vrijeberoepsbeoefenaar
Jouwjouw vrijeberoepsbeoefenaar
Elk of elkeelke vrijeberoepsbeoefenaar
Welk of welkewelke vrijeberoepsbeoefenaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vrijeberoepsbeoefenaar, de grote vrijeberoepsbeoefenaar
Meervoudde vrijeberoepsbeoefenaars, deze vrijeberoepsbeoefenaars

Voorbeeldzinnen met vrijeberoepsbeoefenaar

  • Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat hij met betrekking tot deze werkzaamheden moet worden aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 …
  • Voor de verrichtingen van de vrijeberoepsbeoefenaar gelden in beleidsregels vastgelegde maximumtarieven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).