De of het vrijberoepsbeoefenaar?

Het juiste lidwoord is:

de vrijberoepsbeoefenaar

  • Meervoud: de vrijberoepsbeoefenaars / vrijberoepsbeoefenaren
Betekenis (beroep) iemand die als zelfstandige in een bepaald vak diensten verleent

Zo gebruik je vrijberoepsbeoefenaar

Met lidwoordde vrijberoepsbeoefenaar
Dit of dezedeze vrijberoepsbeoefenaar
Dat of diedie vrijberoepsbeoefenaar
Ons of onzeonze vrijberoepsbeoefenaar
Jouwjouw vrijberoepsbeoefenaar
Elk of elkeelke vrijberoepsbeoefenaar
Welk of welkewelke vrijberoepsbeoefenaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vrijberoepsbeoefenaar, de grote vrijberoepsbeoefenaar
Meervoudde vrijberoepsbeoefenaars, deze vrijberoepsbeoefenaars

Voorbeeldzinnen met vrijberoepsbeoefenaar

  • „De vrijberoepsbeoefenaar heeft de reputatie dat die veel meer verdient dan de specialist in dienstverband”, zegt woordvoerder Ellen van Rooij van de Orde van Medisch Specialisten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).