De of het vouchervakantie?

Het juiste lidwoord is:

de vouchervakantie

  • Meervoud: de vouchervakanties
Regel Woorden op -tie en -sie: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. vakantie die wordt betaald met een tegoedbon, zoals reisorganisaties die verstrekken wanneer een geboekte reis niet door kan gaan 2. (historisch) thuis doorgebrachte vakantie, omdat je in plaats van een geboekte reis vanwege de coranapandemie een tegoedbon voor een toekomstige reis hebt gekregen

Zo gebruik je vouchervakantie

Met lidwoordde vouchervakantie
Dit of dezedeze vouchervakantie
Dat of diedie vouchervakantie
Ons of onzeonze vouchervakantie
Jouwjouw vouchervakantie
Elk of elkeelke vouchervakantie
Welk of welkewelke vouchervakantie?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vouchervakantie, de grote vouchervakantie
Meervoudde vouchervakanties, deze vouchervakanties

Voorbeeldzinnen met vouchervakantie

  • Laat je dochter op haar werk alvast verlof aanvragen, met de reden, dat dit een verplaatste vouchervakantie van 2020 betreft en bij voorkeur in dezelfde weeknummers als het verlof van dit jaar.
  • Nee, vakantie 2020 wordt een vouchervakantie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).