De of het voorjaarsseizoen?

Het juiste lidwoord is:

het voorjaarsseizoen

  • Meervoud: de voorjaarsseizoenen
Betekenis (tijdrekening) lente als deel van het jaar

Zo gebruik je voorjaarsseizoen

Met lidwoordhet voorjaarsseizoen
Dit of dezedit voorjaarsseizoen
Dat of diedat voorjaarsseizoen
Ons of onzeons voorjaarsseizoen
Jouwjouw voorjaarsseizoen
Elk of elkeelk voorjaarsseizoen
Welk of welkewelk voorjaarsseizoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot voorjaarsseizoen, het grote voorjaarsseizoen
Meervoudde voorjaarsseizoenen, deze voorjaarsseizoenen

Voorbeeldzinnen met voorjaarsseizoen

  • Daardoor miste hij de Ronde van Vlaanderen, waarna zelfs werd gevreesd dat hij ook de rest van het voorjaarsseizoen zou missen.
  • Zeker voor Niki Terpstra is de coronacrisis een dikke streep door de rekening. De renner verwacht weinig meer van het voorjaarsseizoen, waarin hij normaal juist zijn kansen schoon ziet.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).