De of het voorganger?

Het juiste lidwoord is:

de voorganger

  • Meervoud: de voorgangers
  • Verkleinwoord: het voorgangertje
Betekenis 1. de persoon die voorafgaand aan een zeker persoon dezelfde positie bekleedde 2. (religie) dienstdoende predikant in een kerkdienst

Zo gebruik je voorganger

Met lidwoordde voorganger
Dit of dezedeze voorganger
Dat of diedie voorganger
Ons of onzeonze voorganger
Jouwjouw voorganger
Elk of elkeelke voorganger
Welk of welkewelke voorganger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote voorganger, de grote voorganger
Meervoudde voorgangers, deze voorgangers

Voorbeeldzinnen met voorganger

  • Deze kandidaat is duidelijk beter dan zijn voorganger.

Woorden die eindigen op voorganger

ambtsvoorganger

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).