De of het vloerder?

Het juiste lidwoord is:

de vloerder

  • Meervoud: de vloerders
Betekenis (beroep) iemand die een vloer kan leggen

Zo gebruik je vloerder

Met lidwoordde vloerder
Dit of dezedeze vloerder
Dat of diedie vloerder
Ons of onzeonze vloerder
Jouwjouw vloerder
Elk of elkeelke vloerder
Welk of welkewelke vloerder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vloerder, de grote vloerder
Meervoudde vloerders, deze vloerders

Voorbeeldzinnen met vloerder

  • De cijfers van de VDAB wijzen in dezelfde richting voor beroepen als vloerder, tegelzetter en installateur van technische installaties, zoals airco en domotica.
  • Er was ook een labo voor huidverbetering bij SYNTRA in Winterslag of een praktijkopleiding tot vloerder in het Competentiecentrum van de VDAB.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).