De of het vierlegsel?

Het juiste lidwoord is:

het vierlegsel

  • Meervoud: de vierlegsels
  • Verkleinwoord: het vierlegseltje
Regel Woorden op -sel: meestal het. Bekijk de regel
Betekenis (dierkunde) een legsel van vier eieren

Zo gebruik je vierlegsel

Met lidwoordhet vierlegsel
Dit of dezedit vierlegsel
Dat of diedat vierlegsel
Ons of onzeons vierlegsel
Jouwjouw vierlegsel
Elk of elkeelk vierlegsel
Welk of welkewelk vierlegsel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vierlegsel, het grote vierlegsel
Meervoudde vierlegsels, deze vierlegsels

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).