De of het verkoopmakelaar?

Het juiste lidwoord is:

de verkoopmakelaar

  • Meervoud: de verkoopmakelaars / verkoopmakelaren
  • Verkleinwoord: het verkoopmakelaartje
Betekenis (beroep) makelaar die opkomt voor de belangen van de verkopende partij

Zo gebruik je verkoopmakelaar

Met lidwoordde verkoopmakelaar
Dit of dezedeze verkoopmakelaar
Dat of diedie verkoopmakelaar
Ons of onzeonze verkoopmakelaar
Jouwjouw verkoopmakelaar
Elk of elkeelke verkoopmakelaar
Welk of welkewelke verkoopmakelaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote verkoopmakelaar, de grote verkoopmakelaar
Meervoudde verkoopmakelaars, deze verkoopmakelaars

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).