De of het veertigtal?

Het juiste lidwoord is:

het veertigtal

  • Meervoud: de veertigtallen
  • Verkleinwoord: het veertigtalletje
Betekenis een eenheid van 40 stuks; een aantal van 40 stuks

Zo gebruik je veertigtal

Met lidwoordhet veertigtal
Dit of dezedit veertigtal
Dat of diedat veertigtal
Ons of onzeons veertigtal
Jouwjouw veertigtal
Elk of elkeelk veertigtal
Welk of welkewelk veertigtal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot veertigtal, het grote veertigtal
Meervoudde veertigtallen, deze veertigtallen

Voorbeeldzinnen met veertigtal

  • Een veertigtal schreden van hem af kwam een met vier paarden bespannen rijtuig, hoog met bagage beladen, hem tegemoet over de met gras begroeide weg, waarlangs hij liep.
  • Op de finish bestond het peloton, dat op een minuut van De Gendt eindigde, nog slechts uit een veertigtal renners.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).