De of het vazelvarken?

Het juiste lidwoord is:

het vazelvarken

  • Meervoud: de vazelvarkens
  • Verkleinwoord: het vazelvarkentje
Betekenis (veeteelt, verouderd) een varken dat niet vestgemest wordt maar voor de teelt voorbestemd is

Zo gebruik je vazelvarken

Met lidwoordhet vazelvarken
Dit of dezedit vazelvarken
Dat of diedat vazelvarken
Ons of onzeons vazelvarken
Jouwjouw vazelvarken
Elk of elkeelk vazelvarken
Welk of welkewelk vazelvarken?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vazelvarken, het grote vazelvarken
Meervoudde vazelvarkens, deze vazelvarkens

Voorbeeldzinnen met vazelvarken

  • Dentgenbach, 2 drachtige Koeien, 1 éénjarig rund, 1 vazelvarken, 30 kippen en 2 hanen, hondenkar, hond, kruiwagen, veevoederketel, hakselkist, wanmolen …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).