De of het valpoort?

Het juiste lidwoord is:

de valpoort

  • Meervoud: de valpoorten
Betekenis poort die met een naar beneden vallend hek kan worden afgesloten

Zo gebruik je valpoort

Met lidwoordde valpoort
Dit of dezedeze valpoort
Dat of diedie valpoort
Ons of onzeonze valpoort
Jouwjouw valpoort
Elk of elkeelke valpoort
Welk of welkewelke valpoort?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote valpoort, de grote valpoort
Meervoudde valpoorten, deze valpoorten

Voorbeeldzinnen met valpoort

  • Maar in het solarium toverde onze moeder ons Hever weer voor ogen, met zijn slotgracht en valpoort, het binnenplein en de zaal waarin de koning dikwijls had gedineerd …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).