De of het vakantieoudere?

Het juiste lidwoord is:

de vakantieoudere

  • Meervoud: de vakantieouderen
Betekenis senior die op vakantie gaat

Zo gebruik je vakantieoudere

Met lidwoordde vakantieoudere
Dit of dezedeze vakantieoudere
Dat of diedie vakantieoudere
Ons of onzeonze vakantieoudere
Jouwjouw vakantieoudere
Elk of elkeelke vakantieoudere
Welk of welkewelke vakantieoudere?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vakantieoudere, de grote vakantieoudere
Meervoudde vakantieouderen, deze vakantieouderen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).