De of het vakantiegenot?

Het juiste lidwoord is:

het vakantiegenot

Betekenis het plezier dat men heeft tijdens een vakantie

Zo gebruik je vakantiegenot

Met lidwoordhet vakantiegenot
Dit of dezedit vakantiegenot
Dat of diedat vakantiegenot
Ons of onzeons vakantiegenot
Jouwjouw vakantiegenot
Elk of elkeelk vakantiegenot
Welk of welkewelk vakantiegenot?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vakantiegenot, het grote vakantiegenot

Voorbeeldzinnen met vakantiegenot

  • Vandaag bekijken de touroperators samen met het Calamiteitenfonds of hun gedupeerde gasten op Cuba schadeloos gesteld moeten worden voor bedorven vakantiegenot.
  • Die was er snel klaar mee: Bella moest de reissom terugbetalen, was verantwoordelijk voor de telefoon- en taxikosten én kreeg een boete van 500 euro voor gederfd vakantiegenot.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).