De of het vakantiedokter?

Het juiste lidwoord is:

de vakantiedokter

  • Meervoud: de vakantiedokters
Betekenis (medisch, beroep) arts die actief is in een vakantieoord

Zo gebruik je vakantiedokter

Met lidwoordde vakantiedokter
Dit of dezedeze vakantiedokter
Dat of diedie vakantiedokter
Ons of onzeonze vakantiedokter
Jouwjouw vakantiedokter
Elk of elkeelke vakantiedokter
Welk of welkewelke vakantiedokter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vakantiedokter, de grote vakantiedokter
Meervoudde vakantiedokters, deze vakantiedokters

Voorbeeldzinnen met vakantiedokter

  • "De vakantiedokter heeft veel patiënten gezien en huisartsen ontlast", zegt Van der Hooft.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).