De of het vakantiecursus?

Het juiste lidwoord is:

de vakantiecursus

  • Meervoud: de vakantiecursussen
  • Verkleinwoord: het vakantiecursusje
Betekenis (onderwijs) een cursus die tijdens de vakantie aan een onderwijsinstelling wordt gegeven aan personen die niet zijn ingeschreven als reguliere student

Zo gebruik je vakantiecursus

Met lidwoordde vakantiecursus
Dit of dezedeze vakantiecursus
Dat of diedie vakantiecursus
Ons of onzeonze vakantiecursus
Jouwjouw vakantiecursus
Elk of elkeelke vakantiecursus
Welk of welkewelke vakantiecursus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vakantiecursus, de grote vakantiecursus
Meervoudde vakantiecursussen, deze vakantiecursussen

Voorbeeldzinnen met vakantiecursus

  • ENSCHEDE - Kinderen in de leeftijd van 8 tot 10 jaar kunnen volgende week bij De Muziekschool Twente terecht voor een vakantiecursus Fun-Key Flutes.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).